ARC Main Page

Aktion Reinhard

Laatste update 7 september 2006





Heydrich
"Einsatz Reinhard" was de codenaam voor de uitroeiing van de Poolse Joden in het voormalige General-Gouvernement en het gebied rond Bialystok, die beter bekend is als de Aktion Reinhard.
De naam was bedoeld als eerbetoon aan SS-Obergruppenführer Reinhard Heydrich, de coördinator van de "Endlösing der Judenfrage" (definitieve oplossing van het Jodenvraagstuk), - de uitroeiing van de Joden in de tijdens WO II door de Duitse legers bezette gebieden. Leden van het Tsjechische verzet hadden Heydrich op 27 mei 1942 vermoord.

Commandostructuur
Commandostructuur
Aan het hoofd van Aktion Reinhard stond SS-Brigadeführer Odilo Globocnik, de chef van de SS en de politie in het district Lublin. Hij was aangesteld door Heinrich Himmler. SS-Sturmbannführer Hermann Höfle, chef van de "Hauptabteilung Reinhard", was verantwoordelijk voor het personeel en de organisatie van de deportaties, de vernietigingskampen en het te gelde maken van de waardevolle goederen van de slachtoffers.

Polizei-Kriminalkommissar Christian Wirth en zijn team van het euthanasieprogramma "Aktion T4", - bedreven in het doden van onschuldige geesteszieken en terminale patiënten, - werden niet naar het front gestuurd maar naar Lublin. Zij vormden de harde kern van de leiding van de vernietigingskampen in het oosten van Polen (Overzicht van alle Duitsers en Oostenrijkers werkzaam in de kampen). Als kampbewakers werden geworven krijgsgevangenen uit de Sovjet-Unie, voornamelijk Oekraïense vrijwilligers en "Volksdeutsche" die waren getraind in het Kamp Trawniki in de omgeving van Lublin. Deze T4 mannen, - politiemannen, arbeiders, verplegers, die geen militaire opleiding hadden genoten, - werden in dat kamp voorbereid op het werk dat hun te wachten stond. Velen van hen kregen later een bevordering voor hun wreedheden in de kampen.

Het hoofdkwartier van Aktion Reinhard stond in Lublin, het bouwbedrijf in Zamosc. Kleding en andere eigendommen van de slachtoffers werden gesorteerd en opgeslagen in Lublin, in de Chopinstraat en in niet meer gebruikte hangars op het vliegveld van de stad.

Op 1 november 1941 (Timeline, Chronologisch overzicht en Schaalvergelijking) begon men met de bouw van drie vernietigingskampen, voor de inwoners van de in de nabijheid gelegen getto’s en andere slachtoffers uit de omgeving: eerst Belzec, daarna Sobibor en tenslotte Treblinka. Ze waren gelegen in het verre oosten van Polen, in de buurt van de grens met Wit-Rusland en de Oekraïne. De kampen moesten in de buurt liggen van belangrijke spoorlijnen, omdat de slachtoffers per trein zouden worden aangevoerd, en in dunbevolkte gebieden om de operaties geheim te houden. De slachtoffers werd voorgespiegeld dat zij om te werken naar het oosten werden getransporteerd (Overzicht van de deportaties).

Het proces van vernietiging in Belzec, Sobibor en Treblinka verliep volgens de beproefde methode uit de zes centra in Duitsland en Oostenrijk waar euthanasie werd toegepast:
Voorwendsel ("U gaat onder de douche in het badhuis!").
Afgifte van waardevolle spullen (verrijking van de Duitse Reichsbank).
Ontkleden (inbeslagname van kleding en verborgen sieraden).
Stouwen van de slachtoffers in de gaskamer (zo dicht mogelijk op elkaar om zo weinig mogelijk lucht over te laten).
Gebruik van koolmonoxide gas (CO), (binnengevoerd via gasleidingen).
Crematie van de lijken (uitwissen van ieder spoor).

De opzet van alle kampen was nagenoeg gelijk:
Vanaf het aankomstplatform, met de barak waar zij zich hadden uitgekleed, gingen de Joden over een smal en aan het oog onttrokken pad ("de sluis"), naar het gedeelte dat voor de vernietiging was ingericht, met de gaskamers, de massagraven en de verbrandingsovens. De SS en de Trawniki’s woonden in een apart gedeelte. Hetzelfde gold voor de Joodse opzichters. Prikkeldraadafzettingen, deels gecamoufleerd met dennentakken, stonden rond het kamp en de onderscheiden gedeelten. De afzetting stond niet onder stroom, zoals in Auschwitz. Het geheel werd gecompleteerd door houten wachttorens.


13/15. OLQ de OMQ        1005        83 234 250
Geheime rijksaangelegenheid! Aan de bevelhebber van de Veiligheidspolitie, in handen SS-Obersturmbannführer HEIM, KRAKAU.
Betreft: Tweewekelijkse melding Einsatz REINHART. Betreft: aldaar.
Voortgangsoverzicht tot 31-12-42, L 12761, B 0, S 515, T 10335, samen 23611. Stand … 31-12-42, L 24733, B 434508, S 101370, T 71335, samen 1274166.
SS en politiechef LUBLIN, HOEFLE, Sturmbannführer.


Officiële Duitse opgaaf uit januari 1943, van het aantal doden in de kampen van de Aktion Reinhard, Lublin Majdanek (L), Belzec (B), Sobibor (S) en Treblinka (T).
Bron: Public Records Office Kew, Engeland.
Het aantal dodelijke slachtoffers in Treblinka is een typefout. Er moet staat 713555, want 1274166 – (24733 + 434508 + 101370) = 713555.


Als gevolg van de Aktion Reinhard verloren ongeveer 2 miljoen Joden het leven in Belzec, Sobibor, Treblinka en Majdanek. Joodse bezittingen met een gezamenlijke waarde van 178.045.960 Duitse Reichsmark (waarde vandaag de dag ruim een half miljard euro / 760,000,000 US$) werden geroofd en vielen in handen van de Duitse machthebbers, maar ook van individuele personen (SS-ers, politiemannen, kampbewakers, niet-joodse inwoners van steden en dorpen waar zich getto’s of kampen in de omgeving bevonden).

Aktion Reinhard duurde tot november 1943. Nadat zij hun bloedige werk in Polen hadden beëindigd, werden de meeste mannen naar Noord-Italië gestuurd, om deel te nemen aan acties tegen partizanen en de overgebleven Italiaanse Joden. Velen van hen doken weer op in het concentratiekamp San Sabba bij Triest. De groep viel uiteen na de overgave van de Duitse Wehrmacht in Italië.

The Police State
Wat wisten de geallieerden, en wat deden zij daarmee
Aktion Reinhard and Historical Perspective
Aktion Reinhard PRO Decodes
Aktion Reinhard Economics
Medewerkers op de bureau van Globocnik in Lublin
The Nazi Police School in Rabka
Boeken over Aktion Reinhard

© ARC 2005